Home - 40 in Afrika
HomeSite Mapcontactcopyright www.40inafrika.nl
Jouw route: start > verslag > De terugreis
De terugreis
start
verslag
wie zijn wij?
ons plan
voorbereidingen
landen
foto's
links
 

De terugreis (deel 1)

Maandag 9 februari beginnen we aan de terugreis. We staan vroeg op en gaan nog 1x in zee zwemmen. Het laatste inpakken is snel klaar want we hebben alles al zoveel mogelijk ingepakt en de laatste nacht in 1 tentje geslapen met z'n vieren. Onze vriend Kofi komt nog zo'n anderhalf uur langs om dag te zeggen en nog even met de kinderen te zitten. Wij hebben niet veel tijd voor hem maar Afrikanen zijn gewend er alleen maar een beetje bij te zitten en niks te doen. In Afrika heeft iedereen altijd alle tijd en rust om niks te doen. Het lijkt erop dat de meeste enkel een heel klein doel voor de dag hebben: eten/slapen en plezier. Het was heel ontspannen om daar zo'n 4 maand aan mee te doen. Alleen het zou veel te saai zijn voor ons dus was het erg boeiend voor ons om bijna elke dag ergens anders te slapen.

Martin heeft reeds globaal uitgerekend dat wij 8.000 km in Afrika gereden hebben. Ook komt de Djembé leraar nog langs want hij wil graag onze gaspot en bijbehorende kookring hebben. Hij stelde zelf voor deze te ruilen voor een djembé, wat wij wel een goed idee vonden.

Uit gezwaaid door Wendy rijden we zo'n 8 uur de poort uit. Wij gaan nog 5 minuutjes langs bij onze vrienden om even dag te zeggen. Ben is de eigenaar van het Huis Tribes & Culture en de anderen logeren daar. Het is 3 minuutjes vanaf Big Milly's Backyard/Wendy's place, onze camping. Mooi op tijd vertrekken we op weg naar Lomé.

Lomé is het Rotterdam van Ghana en 12 februari gaat er een vrachtschip naar Amsterdam. Om 12 uur zijn we in Lomé en rijden we zelf de auto het haventerrein op. We zijn er bij als de douane enkel het chassisnummer controleert en onze papieren stempelt. Dat was wel handige voor de beambte want hij kon het chassisnummer niet vinden. Naar de bagage in en op de auto wordt niet eens gekeken. De auto staat geparkeerd in een grote loods met wat andere te verschepen lading. Wij hebben er wel een goed gevoel over dat het goed zal gaan, maar het blijft natuurlijk wel heel spannend of het ook goed gaat i.v.m. diefstal en beschadigingen onderweg. De boot zal er zo'n 18 dagen à 3 weken over varen. Als ze nu maar niet vergeten de auto over 3 dagen op de boot te rijden, het liefste hadden we dat zelf gedaan of op z'n minst gechecked, maar dat kan niet ... Vanaf het haventerrein gaat onze terugreis verder per openbaar vervoer.

OPENBAAR VERVOER AFRIKA
Pal naast het haventerrein, waar je trouwens alleen op mag onder begeleiding en als je er echt wat te doen hebt, is al een taxistandplaats. We nemen een taxi, een Opel Kadet die een paar jaar geleden nog in Nederland rondreed. De taxi brengt ons naar de plaats waar de trotro en de lange afstandtaxi's staan richting de grens met Togo. Een trotro is een minibusje waar zo'n 26 mensen in mogen in Afrika, in Nederland mogen er 7 passagiers in zo'n zelfde busje. De kinderen worden niet meegerekend, zij mogen gratis mee en zitten dan op schoot (ze zijn ook nog vaak aan de borst bij hun mama's). Als we aan komen lopen, lopen ze ons al tegemoet want er is een taxi die nog twee passagiers zoekt en dan vertrekken kan. Het openbaar vervoer vertrekt pas als alle zitplaatsen verkocht zijn. De prijs met de trotro is 20 duizend cedies en met de taxi 45 duizend. De trotro wordt wel erg vol als we alle mensen er omheen zien staan en dan ook nog hun en als wij mee zouden onze bagage ergens op het dak, onder de stoelen is nauwelijks plek. Aanvankelijk waren we van plan om met de trotro te gaan maar we bedenken ons. We zorgen dat we wat eten op hebben en nog even een flesje sprite en fanta leeg, maar de taxi wil al weg en het laatste beetje gaat in een plastic zakje en we krijgen er een rietje bij. Tevens heb ik nog wat zakjes water en sinaasappels gekocht en pindaatjes voor onderweg. Het is ongeveer 250 kilometer naar de grens en de verwachting is dat de taxi er 3 uur over gaat doen want het is een redelijk goede weg. Met de trotro zou het een uurtje langer zijn.

Martin zit voorin met Johan op schoot en ik zit achterin met Gerben op schoot en een gelukkig slanke man naast mij en een dikke mama met een baby'tje op schoot. De dikke mama heeft ook nog een dochtertje mee van ongeveer Johans leeftijd en het meisje heeft de hele reis gestaan en gehangen tegen de knieën van haar mama en de meneer. De moeder ging de baby de borst geven en de twee sukkelenden al snel in slaap. Het is ook het beste zo ontspannen mogelijk te zitten en een beetje te dutten maar dat is niet makkelijk als je zo weinig plek hebt en mijn haar raakte steeds een beetje vast met de rits van de tas die achterin lag en naar voren hobbelde. Maar ja, die moeder had nog minder plek en zij kreeg met elke hobbel mijn schoenen in haar nek die ook achterin lagen want niet alle bagage paste in de kofferbak. Martin en Johan zaten redelijk comfortabel en de jongentjes speelde gezellig op schoot. Wanneer je Gerben een autootje geeft vermaakt hij zich opperbest, het maakt niet uit waar hij is. Hij heeft uren lang pindaatjes in de auto gestopt en liet ze er dan weer uitpeuteren door Johan die ze op at of weer terug gaf aan Gerben. Verder vielen zij twee wel een beetje in slaap en zo leek de reis niet eens zo lang te duren.

DE GRENS
Om een uur of 5 waren we bij de grens en direct kwamen er dames aan die onze bagage wilden dragen. Maar eigenlijk hadden we niet zoveel en hebben we graag alles onder onze eigen hoede. Ze vroegen ook best veel geld, omdat wij blanken zijn. Er is niet veel werk voor ze. Ik zag enkel 1 andere samsonite achtige koffer die een mama op d'r hoofd ging dragen. Maar Gerben dragen we er meestal ook nog bij, omdat het niet opschiet als hij zelf loopt en hij misschien ook onder de voet gelopen wordt in de drukte. Dus eigenlijk was het ook best leuk als de mevrouw onze bagage ging dragen dan hadden wij alle handen vrij voor Gerben. Onze bagage ging in een grote rietenmand die de mevrouw op d'r hoofd ging dragen. Op een paar duizend cedies na wisselden we al onze cedies weer om voor c.f.a.'s. Van de laatste cedies kochten we nog een fan-ijsje. Dit zijn kleine zakjes voorverpakt vanille ijs soms nog goed ijzig en anders smaakt het als een milkshake ook erg lekker. Ze kosten maar 1500 cedi (15 euro cent). Je koopt ze vooral op straat uit een soort bakfiets of bij drukke plekken uit een slanke doos met wat doorzichtig bubbeltjes plastic als raam en isolatie van de doos. De verkopers dragen zo'n doos op hun hoofd en lopen tussen de auto's door die stil staan. Bij file en of stoplicht plekken zijn er altijd tientallen verkopers met van alles en nog wat op hun hoofd in de aanbieding.

Martin zei nog: "Als Accra een betere ringweg zou krijgen dan raken duizenden mensen hun baantje kwijt." Nu moet je zo'n beetje altijd door de binnenstad en is er zoveel verkeer dat je voor de laatste kilometers zo'n 5 km per uur moet rekenen. De mevrouw liep mee tot en met het Ghanese douanekantoortje dat niet zo ver weg was vanaf de taxistop. Wel vond de mevrouw dat ze meer geld moest krijgen omdat wij onderweg alle tijd genomen hadden om geld te wisselen en ijs te eten. Het doet ons niet zoveel meer, men vraagt altijd om meer of om nog een kado. We hadden trouwens ook al al het geld verder opgemaakt.

TOGO
De mevrouw biedt haar diensten nog wel verder aan maar we zien het volgende kantoortje op nog geen 200 meter afstand al staan en dragen eigenlijk liever alles zelf. In Togo vragen ze wat we bij ons hebben en ze moeten erg lachen dat het allemaal winterkleding is, dikke jassen en fleece vesten. We maken een vriendelijk praatje en Martin krijgt vlot de paspoorten gestempeld. Het is allemaal wel heel veel minder gedoe met de papierwinkel nu we geen auto bij ons hebben. Alleen zodra we onze gang willen gaan (telefoneren met een hotelletje uit de Loneley Planet, onze reisbijbel), worden we belaagd door jonge mannen die met ons geld willen wisselen of dan tenminste onze taxi willen organiseren. Dit ervaren we als zeer hinderlijk en we kiezen speciaal een telefoonkantoortje welke zij niet aanwijzen. Het is een klein kamertje en even later staat een jongen in het vertrek alweer om ons te zeuren. We sturen hem weg. Ik verschoon Gerben nog snel even. Het hotelletje heeft nog één kamer en dus kiezen we zelf een taxi uit en laten we ons erheen brengen.

Als we bij het hotel zijn krijgen wij de laatste kamer. De kamer is heel groot, het is een appartementje met zithoek, eettafel en aparte keuken en badkamertje. Het hotel heeft ook een zwembad en naast het zwembad een kooi met aapjes. We gaan 's avonds en 's ochtends zwemmen en realiseren ons dat dit de laatste keer is voorlopig, zoveel buiten en lekker zwemmen. Als ik een ontbijt bestel hebben ze niet genoeg brood en zitten we zo nog eens een 1/2 uur op de tweede helft van ons eten te wachten (zoiets is heel gewoon in Afrika). We kopen nog een heleboel sleutelhangers in het winkeltje op het hotelterrein. De prijzen zijn heel billijk. We checken uit en spreken rond een uur of twee of drie terug te komen voor een laatste duik in het zwembad en het omkleden in de reiskleren die we straks in het vliegtuig aan c.q. bij ons willen hebben (sokken, truien en sjaaltjes en jassen). Dat is prima in orde, we mogen zelfs de bagage wel weer terug brengen naar de kamer zodat we ons daar nog kunnen douchen en omkleden, zij gaan dan wel 's middags de kamer weer netjes maken. Het hotel heet Foyer des Marins en ligt vlakbij de grote zeeschepenhaven. Ze geven alleen kamers aan gewone toeristen als er plaats genoeg is, de zeemannen van de boten gaan voor.

Bij de poort staat een schoolbord met namen en landen van schepen die op dat moment in de haven zijn, o.a. een Chinees en Deens schip. Over een paar dagen voor misschien 1 nachtje ons "schip". De boot met onze auto erop zal na Tema (Ghana) eerst nog naar Lomé (Togo), Cotonou (Benin), Lagos (Nigeria), Abidjan (Ivoorkust) varen en daarna richting het noorden, Europa; Amsterdam, Hamburg, Tilbury (U.K.) Antwerpen, Le Havre, Lissabon, en dan weer terug naar Tema via Dakar (Senegal) , Free-town (Siera Leone) en Abidijan (Ivoorkust).

Als we van te voren geweten hadden dat we met Air Togo naar huis zouden vliegen dan hadden we het verschepen ook vanaf Lomé gedaan, maar nu hadden we alles al vanaf Tema afgesproken. We hebben nog een uur of 4 à 5 om nog even de stad in te gaan. We vonden per ongeluk nog een zak met 150.000 cedies welke we willen gaan wisselen om het hotel te betalen en de laatste souveniertjes. Voor nu op het laatst hebben we kleine euro biljetten mee om precies te wisselen wat je nodig hebt. Straks in Europa kunnen we niks met deze Afrikaanse valuta's. Ik draag de euro's in een geld riem. Dit is een riem met aan de binnenkant een rits waarin je de bankbiljetjes kan stoppen als je ze klein opvouwt. We hebben de riem veel gebruikt want ik vind het minder hinderlijk dan zo'n paspoort buidel op je buik en je kunt tussendoor heel gemakkelijk bij je geld.

We houden een taxi aan, maar deze vraagt het dubbele tarief van wat het hoort te zijn. Dan stopt er alweer een andere taxi en kunnen we daarin mee. Eigenlijk lijkt de taxi al vol maar 1 meneer stapt uit en dan past het precies als je de kinderen op schoot neemt volgens Afrikaanse begrippen dan (2 voorin en 3 op de achterbank). We vinden het wel gek dat als we weg rijden de man die aanvankelijk uit gestapt was toch weer voorin erbij instapt. Het is nu heel erg vol in de auto, vooral ook omdat de middelste man voorin heel erg dik is. Even later stellen ze dan ook voor dat hij en Martin van plek wisselen zodat de bestuurder meer bewegingsvrijheid heeft. Dus stopt de auto en zit ik met de kindertjes middenin achterin de auto en martin midden voorin.

Vervolgens rijden we verder maar lijkt het voordeur slot niet meer goed dicht te willen en zitten de 2 mannen wel 5 x al rijdend de deur aan te duwen. Ik stel nog voor te stoppen en de man de deur dicht te laten doen als we stil staan maar ze gaan op hun eigen manier verder. Dan plots zeggen ze 'police stop' en stoppen ze de auto en worden we er uit gezet. We staan onze kleren van het opgevouwen zitten weer een beetje recht te trekken en zijn overrompeld, de taxi is inmiddels al snel weggereden. Er is een rits open van m'n broek en nu ik er over nadenk heb ik tijdens de taxirit de knoop van m'n blouse zakje (waarin ik m'n portemonnee bewaar) een keer weer extra dichtgedaan en de man daarbij lachend aangekeken want het leek net of het gekomen was van het hannesen met de kindertjes op schoot. Verder heb ik wat spulletjes in een ruime broekzak op m'n bovenbeen en daar rust m'n hand meestal op als ik zit. Nu de ritszak van die broekzak is open en ik zeg het tegen Martin. "we konden wel eens bestolen zijn in die auto...".

Martin voelt naar zijn portemonnee en deze is inderdaad weg. De taxi trekt op dat moment op en scheurt weg. In de portemonee zat alleen het Ghanese geld en wat visitekaartjes. Gelukkig heeft Martin de buidel waarin meestal de paspoorten zitten nog wel. Daar zat trouwens dit keer alleen de gele koorts boekjes (een inentingspaspoort) en de travel-cheques in. De vliegtickets en paspoorten had ik in een verstopte broekzak dus als ze de buidel ook gestolen hadden was de ramp nog steeds te overzien geweest, alleen een heleboel sores. We zijn er helemaal bibberig van, van wat ons net is overkomen (dit gevoel achtervolgde mij nog wel een paar dagen lang). Johan vindt de meneren erg stout. We konden niks doen dan heel erg balen en zeggen dat het stom was en op de grond stampen. Eigenlijk was het vooral de portemonnee die we straks missen en we besluiten er een zo leuk mogelijke laatste dag van te maken en straks als we op de markt zijn ook even te kijken naar een nieuwe portemonnee.

Martin heeft nog zeker een paar uur flink chagrijnig rond gelopen maar hij vond wel vlot een ander acceptabele portemonnee, wel een heel klein beetje versleten dus waarschijnlijk ook ooit eens gerold. We worden continue belaagd door jonge mannen die geld met ons willen wisselen of vragen wat we willen en als we maar even naar een artikel kijken worden er gelijk tientallen voor onze neus gehouden. Ze zijn vervelend opdringerig en we kijken in ons reisboek (we hebben enkel de plattegrond meegenomen) voor een rustig restaurantje om even iets te drinken en een beetje bij te komen. Ik vind het wel heel prettig dat we verder niks bij ons hebben, zelfs geen rugzakje. Veel te lastig om daar ook nog op te letten, we hebben tenslotte niet te vergeten Gerben en Johan ook nog mee en zij moeten ook onze aandacht kunnen krijgen.

Johan ziet een straatstalletje met tweedehands schoenen en we spreken met hem af na het drinken er te gaan kijken. Johan heeft n.l. geen dichte schoenen meer. Hij is er uit gegroeid onderweg en toen hebben we ze maar weggegeven. Zoals het er nu naar uitziet komt hij dus met slippers aan terug in Nederland. Maar als het heel hard regent of als het sneeuwt, wat Johan heel graag zou willen, dan is dat niet handig. Op het terrasje achter een paar bloempotten worden we niet meer lastig gevallen en kunnen we even rustig uitrekenen hoeveel euro's we er nog bij willen wisselen. Er zitten verschillende mannen om geld te wisselen aan de overkant van de straat en het is een heel relaxte plek om dat daar even te doen. We hebben er nog 30 euro bij gewissel en hopen daar precies of krap mee uit te komen. Anders wisselen we nog eens 5 of 10 euro dat zien we dan wel weer.

Bij het schoenenstalletje heeft Johan wel 2 paar schoenen gepast maar zijn maat was er net niet bij. Vervolgens worden we weer lastig gevallen door mensen die ons schoentjes voor de neus houden omdat ze gezien hebben dat we daarin geïnteresseerd waren. We sturen ze iedere keer weg maar ze blijven komen en we moeten nu toch echt die schoenen passen, maat 32, zeggen ze, terwijl er 33 onderop staat en het het paar is welke Johan al gepast had. Er worden nieuwe schoentjes gehaald, wij vinden ze lelijk. Ze willen dat we een bod doen en ze zijn erg beledigd omdat het dit keer niet om tweedehands spul gaat. Nog één keer komt er iemand de nieuwe schoentjes aanbieden, vragen wat ons hoogste bod is, maar wij willen de schoentjes helemaal niet en dat hebben ze dan eindelijk door. Martin ziet dat de jonge man de schoenen terug geeft aan het verkoopstalletje.

We kopen weer eens een fan-ijsje en genieten van alle andere mensen waar we alleen maar naar hoeven te kijken i.p.v. af te wimpelen. We zien levende etalage dames, zij houden continue hun te verkopen waar voor zich zoals je dat zelf doet als je voor de spiegel staat. Het is een voor ons mal gezicht als je er zo 5 naast elkaar ziet staan en verder hebben ze natuurlijk hun voorraad op hun hoofd. Ze dragen werkelijk alles op hun hoofd bijvoorbeeld een (hand)naaimachine,1 tas of als je de verkoper bent, een grote plank met daarop wel tig tassen. De verkopers zijn meestal gespecialiseerd in 1 ding. Tandenborstels en tandpasta's of allerlei soorten zeep. Weer iemand anders met snoepjes en koekjes of alleen sinaasappelen, ananassen of bananen. De sinaasappelen, ananassen en bananen zijn erg goedkoop (1 ananas = 5 bananen = 3 sinaasappelen = ongeveer 25 eurocent en soms ook nog wel goedkoper. Soms ook duurder als je niet op de plek bent waar het groeit).

Voor 10 eurocent krijg je vers schoongemaakt ananas in een zakje in stukjes gesneden. We hebben goed afgekeken hoe je nou toch handig een ananas schoonmaakt, ze zijn er reuze snel in en als een zesde strook ananas in een zakje wordt gestopt met het mes, zag ik dat ze met de achterkant van het mes, door het zakje heen de ananas nog in stukjes hakten. De mevrouw raakte dus niet de ananas meer met haar handen aan want die is voor het geld aanpakken en opbergen. Ze hebben vaak een emmertje als handtas bij zich. Als ze de schaal van hun hoofd zetten is dit ook gelijk hun staandertje, zodat het blad niet op de vieze grond staat.

Sinaasappelen koop je bijna altijd heel dun geschild en op het moment dat je ze dan koopt en gaat opeten snij je het bovenste kapje er af. Vervolgens knijp je steeds een beetje in de sinaasappel (dit wil nu gemakkelijk, nu de schil niet meer zo dik is) en kun je het sap opdrinken. De ananassen en sinaasappelen zijn overheerlijk hier, de bananen trouwens ook. We zijn nog even op speurtocht geweest naar stof met een groot motief, leuk voor een kinderkamer dekbedhoes. We zijn niet geslaagd doordat we de prints kwalitatief niet mooi genoeg vonden.

Voor de lunch heb ik een adresje uit de Lonely Planet naast het postkantoor. Het is een eindje lopen maar doordat we de plattegrond van de stad mee hebben weten we steeds precies waar we zijn. Halverwege zien de jongens weer een fan-ijs verkoper en hebben we op de stoep zittend even gerust. Er kwam ook net een verkoper met flesjes drinken langs en Martin en ik namen dit keer liever een flesje priklimonade. Onderweg naar het postkantoor aan een brede laan zagen we tweedehands stofzuigers te koop, we begrepen wel dat dat hier in West Afrika een echt luxe artikel moet zijn. Ten eerste moet je al elektriciteit hebben en ten tweede geen aarden vloeren maar luxer. Dit was de eerste keer dat we stofzuigers te koop zagen, bijna elk stadje heeft wel een verkoop punt van oude koelkasten en diepvriezers. Als het je gelukt is zo lang te sparen dat je een koelkast of diepvries hebt en je kunt de stroomrekening betalen dan kun je de straat op geld verdienen; fan-ijsjes en bevroren yochurtjes verkopen of zakjes water meestal voorverpakt in een fabriek (een zakje van een halve liter kost twee en halve eurocent, wij hebben er heel wat leeg gedronken). Maar er is ook nog wel een goede markt voor zakjes kraanwater voor mensen die minder te besteden hebben want dat zagen we soms ook te koop. Behalve flesjes en blikjes kun je ook zakjes limonade kopen.

Ik sprak met een Amerikaanse jeugdhulpverlener en die probeerde mensen te begeleiden wanneer ze teveel schulden krijgen bijvoorbeeld door de mobiele telefoon of ander kwistig gedrag. Je ziet hier af en toe wel mobieltjes maar nog niet zo veel. Doordat ze geen spaargeld hebben kunnen ze bijna niks groots aanschaffen. De meeste Afrikanen leven bij de dag. Het programma van de hulpverlener was erop gericht meer naar voren te kijken, sparen voor een naaimachine of ijskast, waarmee je dan een handeltje kan beginnen, tenminste als je een beetje handig bent. De Amerikaanse vertelde mij ook dat ze er af en toe moedeloos van werd.

We kwamen speciaal in Ghana best veel ontwikkelings- c.q. vrijwilligers werkers tegen. Meestal jonge mensen die een jaar op een school voor de klas gingen staan. Vaak hoorde ik dan dat de organisatie van de school en vooral de leermiddelen zo bedroevend is dat een enkeling daardoor afhaakte. Terug naar het restaurant bij het postkantoor, we hebben er inderdaad lekker zitten smullen, het was de wandeling zeker waard. Vanaf het postkantoor hebben we een taxi terug naar het hotel genomen. Nog even gezwommen en gedoucht, onze reis kleren aan en met de volgende taxi door naar het vliegveld. We waren veel te vroeg en hebben nog een tijdje buiten gezeten. Van ons laatste geld kochten we bananenchipjes, zakjes water, zakjes sinaasappel limonade, en ja hoor, zakjes fan ijs die hadden ze daar ook. We moesten 3 uur van te voren aanwezig zijn, 6 uur en we zouden om 9 uur vliegen. met slechts een half uurtje vertraging zijn we ook vertrokken.

Kies:
verslag
Artikel in RED
De terugreis
Laatste weekend in Ghana
Nagekomen bericht uit Afrika
Verslag januari 2004 (3)
Verslag januari 2004 (2)
Verslag januari 2004 (1)
Verslag december 2003 (3)
Verslag december 2003 (2)
Verslag december 2003 (1)
Bericht uit Afrika
Bericht uit Mauretanië
Reizen door Marokko
Kort bericht uit Agadir
de eerste week onderweg
We zijn vertrokken!
Waarom vertraging?
Laatste voorbereidingen
Vertraagd vertrek
Probleem Land Rover
 
start | contact | site map | copyright 
  © 2003-2005 - Laatste wijziging: 09-09-2005 om 23:34